Bedankt voor dit bezoek. Viruswaarheid gaat door als Voorwaarheid!

Verzoek tot nietigverklaring Belgische verkiezingen

 

Door Michael Verstraeten

Dit artikel verscheen eerder op Facebook

Op 4 juli behandelt het parlement mijn vraag om de verkiezingen nietig te verklaren.

Hierbij roep ik alle kandidaten van de nieuwe partijen op om zich bij mijn klacht aan te sluiten. Dan kunnen we met tientallen kandidaten naar het parlement en davert het land op zijn grondvesten. Dat is echt eens hoognodig. Want al die kandidaten zijn gewoon bedrogen. Doen ze het niet, OK, dan doe ik het in mijn eentje.

Deze verkiezingen trokken op niks. Minderjarigen en buitenlanders hebben gestemd. Belgen in het buitenland kregen hun stembiljetten te laat. Nieuwe partijen werden aan alle kanten gediscrimineerd en geweigerd op de staatsmedia. Dat is een aanfluiting van het Europees mensenrechtenverdrag.

De oligarchen van de Belgische politiek hebben hun macht en hun postjes grondig afgeschermd.In ons land reageren de mensen gelaten. Of ze gaan massaal niet meer stemmen.

Wel, te veel is trop.

Ik kies voor vrijheid en democratie, en ik neem geen blad voor de mond.

Dus ga ik op 4 juli naar het parlement om daar te vragen de verkiezingen te vernietigen, de regels te corrigeren en nieuwe verkiezingen uit te schrijven die op een correcte manier zullen verlopen. Daar hebben de mensen fundamenteel recht op.

Het toppunt is dat het nieuwe parlement zelf over deze klacht moet beslissen. De oligarchen van de politiek durven het niet aan een onafhankelijke instantie te laten oordelen over de manier waarop zij het volk manipuleren.

Ik verzet mij tegen de gedachte dat de nieuwe parlementsleden voor hun postje gaan kiezen, hoewel iedereen weet dat de verkiezingen een aanfluiting waren van de fundamentele mensenrechten. Als we ons daarbij neerleggen, dan kunnen we net zo goed de dictatuur toelaten.

Tot 4 juli!

Inhoud van de klacht

Aan de Kamer van volksvertegenwoordigers
Natieplein
1008 BRUSSEL

Geachte Dames en Heren,

In mijn hoedanigheid van kandidaat voor de verkiezingen van 9 juni 2024 voor de Kamer van volksvertegenwoordigers in de kieskring Oost-Vlaanderen (1° plaats bij de effectieve kandidaten), vraag ik u hierbij om de verkiezingen van 9 juni 2024 nietig te verklaren om de hierna vermelde redenen.

  1. Schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, de art. 10 en 14 E.V.R.M. en art. 3, aanvullend protocol E.V.R.M.
  1. Waar de kiesdrempel al een ernstig obstakel is voor nieuwe partijen om verkozen te geraken in het parlement, omvat de Wet betreffende de verkiezingsuitgaven van 4 juli 1989 bepalingen die onverantwoorde discriminatoire barrières opwerpen voor nieuwe partijen om deel te nemen aan de verkiezingen en verkozen te geraken. Die barrières zorgen voor een discriminatoire behandeling tussen de reeds verkozen partijen en de nieuwe partijen.Daardoor ontstaat een gebrek aan “level playing field” (vertaling: gelijk speelveld) waardoor de verkiezingen van 9 juni 2024 onmogelijk op een eerlijke en democratische manier konden verlopen.
  2. Ondanks felle kritiek waarbij onder andere werd gewezen op het discriminatoir karakter ten aanzien van nieuwe partijen, en aankondigingen van de partijen in het federaal parlement voor 9 juni 2024 om het systeem van partijfinanciering aan te passen, blijven alleen partijen die bij de vorige verkiezingen verkozenen in het parlement hadden overheidsfinanciering krijgen.Zo’n 80 miljoen euro per jaar die wordt verdeeld aan de hand van het aantal parlementsleden en stemmen voor een partij bij de vorige verkiezingen.Nieuwe partijen, ook nieuwe partijen die volledige kieslijsten neerleggen over een hele taalregio, zoals Voor U, en daarmee voldoen aan de wettelijke definitie van politieke partij, ontvangen helemaal niets. Er is ook geen systeem voorzien dat voorwaarden op zou leggen aan nieuwe partijen om voor de financiering van de campagne overheidsgeld te bekomen. Wat bijvoorbeeld zou kunnen door een bepaald aantal handtekeningen te vereisen. Er is geen enkele verantwoording denkbaar waarom nieuwe partijen zouden moeten worden uitgesloten van overheidsfinanciering om deel te nemen aan de verkiezingen. In een democratie die vrije en eerlijke verkiezingen waarborgt, zouden alle partijen zich moeten kunnen aanbieden bij de kiezer met dezelfde middelen die door de overheid worden verstrekt, niet beperkt tot alleen maar de partijen die de vorige keer hebben deelgenomen aan de verkiezingen. Laat staan dat de regel waarbij er geen enkel mechanisme is voorzien om ook als nieuwe partij overheidsfinanciering te krijgen in evenwicht zou zijn met het eventueel beoogd doel. Zelfs al zou dat doel erin bestaan om te verhinderen dat nieuwe partijen alleen zouden deelnemen voor het ter beschikking gestelde geld, dan nog kan dat perfect worden gerealiseerd door voorwaarden op te leggen waaraan nieuwe partijen moeten voldoen om financiering te kunnen bekomen. Zoals een aantal handtekeningen van kiezers overleggen.
  3. Het ongelijk speelveld wordt verder versterkt doordat de beperkingen op de ontvangst van giften van particulieren die zijn opgenomen in de voornoemde Wet van 4 juli 1989 wel gelden voor nieuwe partijen van zodra hun lijsten zijn neergelegd.Zo mogen geen giften ontvangen worden van niet-natuurlijke personen en zijn er geldelijke beperkingen op de giften.Met als gevolg dat nieuwe partijen niet alleen geen overheidsgeld ontvangen, maar bovendien wel dezelfde beperkingen op het ontvangen van giften ondergaan als de partijen die wel overheidsgeld ontvangen.Wat een financiering van de campagne dubbel bemoeilijkt.
  4. Ook zijn de nieuwe partijen evenzeer vanaf de start van de sperperiode beperkt in de campagnemiddelen die zij mogen aanwenden (o.a. verbod op het afgeven van gadgets) terwijl zij geen overheidsgeld ontvangen.
  5. Alleen de partijen die bij de vorige verkiezingen in het parlement vertegenwoordigd zijn maken nog kans op één van de geprivilegieerde eerste nummers op de kieslijst. Waardoor nieuwe partijen verder op de kiesbrieven van de mensen belanden. Zodat zij minder onder de aandacht komen.Zij krijgen hun nummer pas 2 weken later en hebben zo minder tijd om een volledige campagne te voeren.
  6. Al deze discriminatoire maatregelen die als centraal gevolg hebben dat de bestaande partijen onverantwoord grote privileges genieten bemoeilijken in bijzonder sterke mate de mogelijkheid voor nieuwe partijen om in het parlement te komen.
  7. Waar de kiesdrempel geldt voor alle partijen, de bestaande zowel als de nieuwe, zodat ook de bestaande partijen over deze kiesdrempel moeten, is dat niet het geval voor de beperkingen die gelden op grond van de Wet betreffende de partijfinanciering waar geen gelijk speelveld bestaat.
  8. Ook bij lokale besturen worden maatregelen genomen die het bestaan van discriminatie ten aanzien van nieuwe partijen in de hand werken. In de Oost-Vlaamse gemeente Destelbergen werden aankondigingsborden ter beschikking gesteld waarbij aan de nieuwe partijen samen veel minder ruimte werd toegekend dan aan bestaande partijen. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld de gemeenten Laarne en Wetteren. Daardoor was er geregeld zelfs onvoldoende plaats om de affiches te hangen van alle nieuwe partijen samen zodat overplakken noodzakelijk werd.
  9. Deze volstrekt onverantwoorde benadelingen van nieuwe partijen ten aanzien van bestaande partijen hebben het veel moeilijker gemaakt aan mijn partij Voor U om voldoende stemmen te halen om verkozen te worden.
  10. De kiesverrichtingen en de discriminatoire bepalingen in de voorgeciteerde Wet betreffende de verkiezingsuitgaven van 4 juli 1989 schenden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet zodat de verkiezingen omwille van deze schendingen dienen te worden vernietigd.
  11. Insgelijk werden de artikelen 10, 14 en 3, aanvullend protocol E.V.R.M. geschonden doordat de vrije meningsuiting en de vrije verkiezingen waarbij de burgers hun vrije menig kunnen uiten, op een onverantwoorde en discriminatoire wijze wordt beperkt doordat aan de partijen die deelnemen aan de verkiezingen geen gelijk speelveld werd gegarandeerd.
  1. Schending van de verplichting tot pluralisme in hoofde van de VRT, en schending van de artikelen 10 en 14 E.V.R.M. en artikel 3, aanvullend protocol E.V.R.M.
  1. In de beheersovereenkomst van de publieke omroep VRT is voorzien dat de primaire opdracht van de VRT erin bestaat informatie te verstrekken die moet strekken tot de ontwikkeling van een democratische samenleving. Daarmee vormt de beheersovereenkomst de uitvoering van het Vlaams decreet van 27 maart 2009 betreffende de radio-omroep en televisie.In artikel 6 § 2 van dit decreet is voorzien dat de VRT bijdraagt via de programma’s tot een onafhankelijke, objectieve en pluralistische opinievorming in Vlaanderen. Door het niet verstrekken van een objectief, pluralistisch en correct beeld van de keuzemogelijkheden die de kiezer heeft gehad op 9 juni 2024 heeft de openbare omroep een onverantwoord democratisch deficit veroorzaakt.
  2. Bij beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel zetelend in kort geding van 28 mei 2024, in de zaak gekend onder het A.R. nr. 2024/34/C, hierbijgevoegd, oordeelde de voorzitter dat de VRT in het licht van de verplichting tot pluralisme, ervoor moet zorgen dat de andere partijen aan bod komen in de stemtest – met name bij het vermelden van het resultaat van de stemtest – minstens en in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak, moet worden meegedeeld dat de politieke partij Voor U niet is opgenomen in de stemtest. De voorzitter beval dat, onder verbeurte van een dwangsom, de VRT de partij Voor U moest vermelden bij het weergeven van deze resultaten van de stemtest, al was het maar als “disclaimer” om te melden dat Voor U niet in de stemtest was opgenomen zodat het publiek over de deelname van Voor U aan de verkiezingen werd ingelicht en niet de indruk kreeg dat Voor U niet deelnam aan de verkiezingen.
  3. Deze beschikking is er gekomen nadat al minstens 4,9 miljoen mensen hadden deelgenomen aan de stemtest op de website van VRT, zoals vermeld in de beschikking, zonder dat zij daarbij in kennis werden gesteld dat Voor U ook deelneemt aan de verkiezingen. Deze 4,9 miljoen burgers werden door de openbare omroep met schending van de verplichting tot pluralisme op het verkeerde been gezet. Bij hen werd een schijn opgewekt dat er geen andere partijen zijn waartussen kon worden gekozen door de kiezer dan de partijen die deelgenomen hadden aan de stemtest, en aan de vorige verkiezingen.
  4. Voor zowel als tijdens deze procedure in kortgeding had de openbare omroep volgehouden dat een behoorlijk aantal kiezers zich bij de stemming sterk laat beïnvloeden door deze stemtest tot en met dat voor een behoorlijk aantal kiezers deze stemtest van doorslaggevende aard is voor de bepaling van hun stem.
  5. Voor U heeft er bij haar campagne vooral mee geworsteld dat zij als nieuw initiatief bij voldoende kiezers zou bekend worden zodat deze kiezers een geïnformeerde keuze konden maken. Door de barrières opgeworpen tijdens de kiesverrichtingen en in de Wet betreffende de verkiezingsuitgaven en de daarmee gepaard gaande schendingen van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, zoals hoger aangehaald, is het voor een nieuwe politieke partij al onverantwoord moeilijk gemaakt om bekend te geraken bij het brede publiek. Als dan ook de door de overheid georganiseerde pers niet voldoet aan haar verplichting tot pluralisme waardoor zo’n 5 miljoen kiezers op een verkeerd been werden gezet bij gebreke aan vermelding van het bestaan van Voor U, dan wordt het gelijk speelveld nog meer onmogelijk gemaakt.Het is immers de essentiële taak van de VRT om als overheidsomroep het democratisch proces mee mogelijk te maken door de verstrekking van correcte informatie. Terwijl de informatieverstrekking ten aanzien van 5 miljoen burgers niet correct was.
  6. Deze vaststelling klemt des te meer omdat de VRT wordt geleid door een raad van bestuur waarvan 12 van de 16 leden worden voorgedragen door de Vlaamse regering, waarbij rekening wordt gehouden met de evenredige vertegenwoordiging in het Vlaams parlement voor ten minste 8 leden. Zodat deze raad van bestuur bestaat in meerderheid uit personen aangeduid door de bestaande partijen. De raad van bestuur van de VRT is bevoegd voor het vastleggen van de algemene strategie van de VRT, te beslissen over aangelegenheden met een strategisch karakter die een belangrijke impact hebben op het handelen van de VRT in de Vlaamse samenleving of op het medialandschap. Jaarlijks keurt de raad een ondernemingsplan goed waarin onder meer het algemene programmabeleid wordt goedgekeurd. Deze gepolitiseerde raad van bestuur, in meerderheid samengesteld uit bestaande partijen, is er derhalve voor verantwoordelijk dat het programmabeleid al dan niet voorziet in de naleving van de essentiële opdracht tot pluralisme van de VRT. Aldus hebben de bestaande partijen zichzelf bediend door er niet voor te zorgen dat in dit programmabeleid voldoende was voorzien in de verzekering van het pluralisme naar aanleiding van de verkiezingen van 9 juni 2024.
  7. De VRT is een overheidsinstelling die wordt geleid door de bestaande politieke partijen. De impact van de VRT op het verkiezingsresultaat door beïnvloeding van de kiezer via de stemtest en de debatten die worden vertoond en waarop partijen al dan niet worden uitgenodigd, onder leiding van de bestaande politieke partijen die daarbij ervoor hebben gezorgd vanuit het beleid dat er geen verzekering is dat nieuwe politieke partijen ook worden betrokken bij de cruciale informatieverstrekking aan de kiezer, is dermate belangrijk door het aantal personen dat werd bereikt met de stemtest, dat deze overheidsinstelling vrije en democratische verkiezingen in Vlaanderen onmogelijk heeft gemaakt.
  8. Waar de VRT aan de kortgedingrechter had laten uitschijnen dat Voor U voldoende zou aan bod komen in de programma’s rond de verkiezingen, werd de verplichting tot pluralisme ook niet gewaarborgd gezien Voor U in geen enkel debat met andere politieke partijen op VRT vertegenwoordigd was en ook niet werd uitgenodigd om aanwezig te zijn. Nochtans had de voorzitter overwogen dat in het licht van artikel 7 van het Mediadecreet de VRT vrij is bij de selectie van de deelnemers aan een publiek debat, doch deze vrijheid is niet onbeperkt. De selectie van de kandidaten die voor een verkiezingsdebat worden uitgenodigd moet prima facie op een objectief en redelijk verantwoord criterium berusten en daarbij mag geen afbreuk worden gedaan aan de geest van politieke en ideologische onpartijdigheid die door artikel 39 van het Mediadecreet voor de informatieve programma’s wordt voorgeschreven.In pre-electorale periodes kan er, zo overwoog de voorzitter, in bepaalde omstandigheden sprake zijn van een schending van artikel 3, eerste protocol E.V.R.M. en de artikelen 10 en 14 E.V.R.M. indien sommige politieke partijen wel, en andere geen zendtijd op radio en televisie toegewezen krijgen. Daarbij zijn de debatten op een mediakanaal als dat van de VRT van belang voor politieke partijen om hun ideeën en programma bij het publiek bekend te maken. Het is niet vereist dat in elk individueel programma (debat) van de VRT alle strekkingen aan bod komen, zolang kan worden aangetoond dat in andere (relevante) programma’s de andere relevante strekkingen wel verhoudingsgewijze aan bod zijn kunnen komen. De VRT had voor de voorzitter gemeld dat Voor U nog aan bod zou komen voor 9 juni 2024. Doch uiteindelijk moet worden vastgesteld dat Voor U in geen enkel politiek debat met een politieke tegenstrever van een andere partij op VRT werd uitgenodigd.
  9. De totale afwezigheid van Voor U zowel in de stemtest – tot na de beschikking van 28 mei 2024, diep in de campagne nadat al 5 miljoen mensen de stemtest hadden gedaan – als in de debatten met politieke tegenstrevers, heeft op betekenisvolle wijze de artikelen 10 en 14 E.V.R.M. geschonden alsmede het artikel 3 van het Aanvullend Protocol in samenlezing met art. 14 E.V.R.M. waarbij de verdragsluitende partijen er zich toe hebben verbonden om met redelijke tussenpozen, vrije, geheime verkiezingen te houden onder voorwaarden die de vrije meningsuiting van het volk bij het kiezen van de wetgevende macht waarborgen. Door de overheidsinstelling VRT werd deze vrije meningsuiting op onverantwoorde wijze met schending van haar verplichting tot pluralisme, beïnvloed en op het verkeerde been gezet.
  1. Schendingen van het Kieswetboek.
  1. Artikel 1, 2° van het Kieswetboek voorziet als voorwaarde om te mogen stemmen dat de burger de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar. In verscheidene berichten die zijn verschenen in de pers zijn getuigenissen opgedoken van minderjarigen beneden de leeftijd van 18 jaar, die mochten stemmen voor het Europees parlement, maar die ook werden toegelaten te stemmen voor het Vlaams parlement en de Kamer van volksvertegenwoordigers. Ook werd meerderjarigen geweigerd te kiezen voor het Vlaams parlement en de Kamer van volksvertegenwoordigers. Dit gegeven zal blijken uit een vergelijking van het aantal ingediende stemmen met het aantal kiesgerechtigde personen in de stembureaus waarbij geen rekening kan worden gehouden met personen die de leeftijd van 18 jaar niet hebben bereikt voor de berekening van het aantal kiesgerechtigde kiezers.De ondergetekende vraagt een nazicht en correctie van deze aantallen met een hertelling van het precieze aantal uitgebrachte stemmen om ze te vergelijken met een correcte lijst van kiesgerechtigde personen die zich hebben aangeboden om te stemmen en waaruit de personen die minderjarig zijn uitgesloten werden, met nazicht van het aantal meerderjaringen dat werd uitgesloten voor de verkiezingen van het Vlaams parlement en de Kamer van volksvertegenwoordigers.

https://vrt.be/…/minderjarige-kiezers-kunnen-stemmen…/

https://vrt.be/…/19-jarige-kon-enkel-europees-stemmen…/

  1. Artikel 1, 1° van het Kieswetboek bepaalt dat om parlementskiezer te zijn, de kiezer Belg moet zijn. O.a. in de gemeenten Overijse en Knokke-Heist werd aan personen van een vreemde Europese nationaliteit, toegelaten om niet alleen voor de Europese verkiezingen te stemmen, maar ook voor het Vlaams parlement en de Kamer van volksvertegenwoordigers te stemmen. Er zal blijken uit een vergelijking van het aantal ingediende stemmen met het aantal kiesgerechtigde personen in de stembureaus, ook in Oost-Vlaanderen, of ook daar personen van een vreemde nationaliteit hebben kunnen stemmen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers. De ondergetekende vraagt een nazicht en correctie van deze aantallen met een hertelling van het precies aantal uitgebrachte stemmen om ze te vergelijken met een correcte lijst van kiesgerechtigde personen die zich hebben aangeboden om te stemmen en waaruit de personen met een buitenlandse nationaliteit zijn uitgesloten.
  2. Artikel 180 septies van het Kieswetboek bepaalt dat ten laatste op de 24ste dag voor de dag van de verkiezing, in de in artikel 105 bedoelde gevallen, de voorzitter van het kieskringhoofdbureau via de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken aan de in het buitenland verblijvende Belgische kiezers die ervoor gekozen hebben per briefwisseling te stemmen, een kiesomslag met daarin de nodige stukken om de stemming per briefwisseling te realiseren. Zowel uit persoonlijke getuigenissen als uit omstandige berichten in de pers is gebleken dat tal van Belgen die in het buitenland wonen de kiesomslag slechts hebben ontvangen één week of minder tot zelfs pas op vrijdag 7 juni 2024, zijnde 2 dagen voor de verkiezingen. Met als gevolg dat al deze personen niet meer tijdig hun stem hebben kunnen doen toekomen bij de het kieskringhoofdbureau. Er dient te worden onderzocht aan de hand van het aantal nagekomen en / of niet tijdig teruggekomen kiesomslagen hoeveel personen in dat geval zijn en wanneer de kiesomslagen exact aan deze personen werden verzonden.

https://vrt.be/…/politiek-verkiezingen-belgen-in-het…/

  1. Hoewel het de klager hic et nunc niet duidelijk is wat de precieze omvang is van deze inbreuken op het Kieswetboek, duiden de persberichten erop dat het niet om alleenstaande gevallen gaat, maar dat een behoorlijk aantal van de in het buitenland wonende Belgen niet heeft kunnen deelnemen aan de stemming omdat zij hun kiesomslag zeer laattijdig hebben ontvangen.
  2. Daarbij dient overigens rekening te worden gehouden met het feit dat de terugzending van de enveloppe, ook al gebeurt deze per express, geregeld ook dagen vergt, mede door het oponthoud bij de douane en de Post (ook alweer een overheidsbedrijf), zodat het voor kiezers die in het buitenland wonen wiens kiesenveloppes pas in de laatste week voor 9 juni zijn toegekomen, vaak materialiter onmogelijk was om de kiesenveloppes tijdig toe te zenden aan het kieskringhoofdbureau.
  3. Omwille van deze schendingen van het Kieswetboek, dienen de verkiezingen te worden vernietigd.
  1. Schending van de artikelen 13 E.V.R.M.
  1. Op grond van art. 13 E.V.R.M. heeft de klager recht op toegang tot een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie voor de verzekering van zijn rechten zoals gewaarborgd door het E.V.R.M. Deze nationale instantie dient voldoende onafhankelijk te zijn (S. Mirgaux, ‘Commentaar op artikel 13 EVRM’, in: J.H. Gerards e.a. (red.), Sdu Commentaar EVRM, Den Haag: Sdu Uitgevers 2017, t.a.p., inleidende opmerkingen; P.C. Verloop (red.) 2019, t.a.p., onder 4.)
  2. Waar in het Kieswetboek de beoordeling van een klacht strekkende tot de nietigverklaring van de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt behandeld door de Kamer van volksvertegenwoordigers zelf, bestaande uit de andere verkozen partijen, is dit orgaan volstrekt niet onafhankelijk.
  3. Waar in het Kieswetboek uitsluitend voorzien is in een klacht bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers strekkende tot de vernietiging van de verkiezingen voor dat orgaan, is dit geen daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie.
  4. Bij gebrek aan daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie in geval van inbreuken op het E.V.R.M. en haar protocollen, dienen de verkiezingen te worden vernietigd.
  5. De ondergetekende merkt bovendien op dat bij de organisatie van de nieuwe verkiezingen na de vernietiging van de huidige verkiezingen de huidige en hiervoor aangehaalde schendingen zullen dienen geremedieerd te worden zodat dezelfde schendingen zich niet opnieuw voordoen.
  1. Conclusie.
  1. In hun ijver hun positie als bestaande politieke partij te beschermen, hebben die bestaande politieke partijen een algehele situatie gecreëerd waarbij er in het Koninkrijk België onmogelijk eerlijke, vrije en democratische verkiezingen konden plaatsvinden op 9 juni 2024.
  2. Er werden geen vrije, geheime verkiezingen gehouden onder voorwaarden die de vrije meningsuiting van het volk bij het kiezen van de wetgevende macht waarborgen omdat de bestaande partijen allerlei mechanismen hebben ingevoerd waardoor de vrije meningsuiting van het volk bij het kiezen van de wetgevende macht volstrekt niet is gewaarborgd.
  3. De hiervoor aangeklaagde regels en praktijken zijn erop gericht de kiezer te beïnvloeden in de richting van een keuze voor de bestaande partijen.
  4. Elk afzonderlijk en samen vormen de hiervoor aangewende middelen een voldoende grond om de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers van 9 juni 2024 te vernietigen en de ondergetekende vraagt derhalve dat tot de vernietiging van deze verkiezingen zou worden besloten.
Meld je aan voor de nieuwsbrief