Bedankt voor dit bezoek. Viruswaarheid gaat door als Voorwaarheid!

Dossier Bremerhaven (deel 2)

Duitse aantijgingen belastingfraude tegen Jeroen Pols en Jan Engel roepen vele vraagtekens op

Door Djamila le Pair

Dit bericht maakt deel uit van het Dossier Bremerhaven waar ook nog in opgenomen zijn:
Dossier Bremerhaven deel 1
Dossier Bremerhaven deel 3

“Deze zaak valt eigenlijk niet onder strafrecht,” concludeerde rechter Prange, afgelopen donderdagochtend, 17 november, in zijn afronding van de tweede rechtszitting in het Duitse strafproces tegen Jan Engel en Jeroen Pols. De zitting was even kort als hij krachtig was. Ook was ruim driekwart van de betalingseis en passant van tafel geveegd. Het overige deel van de eis, de inkomstenbelasting, moest verder uitgezocht worden, aldus de rechter.

Goed nieuws leek het, totdat Pols en Engel na afloop van de zitting van hun advocaten begrepen wat dat betekende. Tot duidelijk wordt wat het uiteindelijke bedrag van de inkomstenbelasting is, moeten ze een bedrag in een depot veiligstellen, bij wijze van betalingsgarantie. Daarmee worden de beslagleggingen door de overheid op hun panden echter niet opgeheven, waardoor het onroerend goed portfolio onverkoopbaar blijft. De Nederlanders leken terug bij ‘af’ te zijn. Wat als een onoverkomelijk ‘dispuut’ met de Duitse belastingdienst voor de rechter was gebracht om uitsluitsel te verkrijgen, was door de rechter in een ommezien, weliswaar in beperkte vorm, weer bij de partijen gelegd.

De zitting, waarvoor twee uren waren gereserveerd, duurde nauwelijks een uur en begon verlaat. Men had verzuimd Pols en Engel te informeren dat de locatie ditmaal niet de buiten de stad gelegen gerechtshangar was, maar het veel fraaiere Landgericht in de oude binnenstad van Bremen. Advocaat Carlos Freidl loodste zijn cliënten in allerijl alsnog naar het juiste adres.

Tijdens de eerste zitting was overeengekomen dat niet de hele, door partijen aangeleverde, dossiers zouden worden besproken. De rechters wilden zich in eerste instantie beperken tot het ontleden van de door het ‘Finanzamt’ ingediende belastingvorderingen, omdat ze daar meteen al grote vraagtekens bij zetten. Door ziekte van de openbare aanklager, de heer Jan-Paul Mosch, ging dat ‘ontleden’ toen niet door en werd doorgeschoven naar deze, tweede, zitting.

Mosch bleek inmiddels hersteld en al gauw werd duidelijk dat de Duitsers onderling de belastingvorderingen al min of meer hadden besproken, schijnbaar zonder medeweten van Engel en Pols. Rechter Prange leek Mosch en de advocaten in ieder geval al duidelijk gemaakt te hebben dat de eis om met terugwerkende kracht omzet- en bedrijfsbelasting te heffen niet opging. Het zou dus “alleen nog” om de opgevoerde inkomstenbelasting gaan. Daarmee bleek in één pennenstreek meer dan driekwart van het zogenaamde ‘fraudebedrag’ te zijn weggestreept. Een heuglijke uitkomst, ware het niet dat Engel en Pols gedurende de afgelopen vier jaar, vanwege deze zaak, bespied, zwaar geïntimideerd en financieel geruïneerd zijn.

De opvallend jong ogende Mosch, ietwat verloren in zijn eentje tegenover een team van rechters rechts van hem en Pols en Engel plus advocaten tegenover, antwoordde dat hij zich weliswaar in de gereduceerde eis kon vinden, maar dat hij het nog niet intern besproken had. Prange benadrukte dat er aardig wat rammelde aan zijn onderbouwing van de omzets- en bedrijfsbelastingseis, implicerend dat een interne bespreking daar weinig aan kon veranderen.

Partijen hadden volgens hem de keuze: óf het met elkaar eens worden over de depot-optie aangaande de inkomstenbelasting, óf de zaak in zijn geheel behandelen – wat twee jaar zou kunnen duren en waarbij de eerste zitting waarschijnlijk pas halverwege 2024 plaats zou vinden. De zaak zou dan bovendien door een andere ‘Kammer’, compleet met nieuwe rechters en vallend onder de belastingrechtspraak, behandeld worden. Of die Engel en Pols even goed gezind zullen zijn, is de vraag. Prange drong er daarom bij beide partijen op aan om “vernünftig” te onderhandelen. En snel ook, want hij gaat dit jaar nog met pensioen.

Advocaten Freidl en Domanski wierpen tegen dat de argumenten voor de zogenaamd te betalen inkomstenbelasting ook door het Finanzamt uit de losse pols geschud zijn en de betaling ervan dus niet vanzelfsprekend. De rechter vroeg beide partijen niet te verharden, maar bleef bij zijn besluit: óf nu een oplossing, óf twee jaar lang de dossiers geheel doorploegen, met alle risico’s van dien.

Prange vroeg tot slot naar de persoonlijke situatie van de Nederlanders en leek vooral te willen weten of Jan en Jeroen nog contact hadden met hun kinderen. Gevraagd naar zijn partner, zei Jan Engel dat zijn relatie door deze zaak ten einde is gekomen, met name vanwege de gewelddadige inval door een overmacht aan politieagenten. Prange ging er niet op in. De rechter sloot de zitting in de hoop dat partijen er vóór 28 november uit zouden komen.

Tijdens de nabespreking in de gewelfde gang buiten de rechtszaal probeerden de advocaten hun cliënten te overtuigen van de redelijkheid van het voorstel. Als Pols en Engel nou gewoon maar een borgsom voor de nog te berekenen inkomstenbelasting (een paar ton!) zouden overmaken, dan zouden ze kunnen gaan en staan waar ze willen, want er zou geen sprake meer zijn van een strafrechtelijke vervolging. Ze hadden er alleen geen rekening mee gehouden dat door de jarenlange tegenwerking, invallen en beslagleggingen er eenvoudigweg geen geld meer beschikbaar is om de zekerstelling te realiseren – zelfs al zouden Pols en Engel daarmee instemmen. Dat laatste deden ze vooralsnog niet, want de eis was huns inziens niet alleen ongeldig, maar de berekening van het te vorderen bedrag is gebaseerd op het inmiddels door de rechters van tafel geveegde deel van de eis en is daarmee dus ook ongeldig. Geld voor een depot zou wel beschikbaar zijn, als Engel en Pols de panden zouden kunnen verkopen. De beslaglegging maakt verkoop echter onmogelijk. Die beslaglegging zou overigens niet opgeheven worden door de depotbetaling. Daarvoor moet weer een ander traject belopen worden.

Duidelijk werd, dat de rechtszaal te vroeg verlaten was. De rechter die uitkomst had moeten bieden in het doolhof dat het geschil tussen partijen in de afgelopen vier jaar geworden was, had beide kampen het labyrint weer ingestuurd, met de opdracht zelf een uitweg te vinden. Advocaten en cliënten beraden zich opnieuw.

De volgende zitting is op 28 november 2023 en is als afronding van de zaak bedoeld.

Een samenvatting van de eerste zitting, op 3 november 2023 in Bremen, vindt u op: https://voorwaarheid.nl/maatschappelijk/dossier-bremerhaven/ deel 1

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief