Bedankt voor dit bezoek. Viruswaarheid gaat door als Voorwaarheid!

Afschaffing grondwet artikel 120 maakt grondrechten niet sterker

Door Dr. Frank Stadermann, oud-advocaat

Dit artikel verscheen in Gezond Verstand nr. 44 van 29 juni 2022.

 

Het is de Nederlandse rechter niet toegestaan om wetten te toetsen aan de grondwet. Dat bepaalt artikel 120 van de grondwet. Dus als een wet in strijd is met de grondwet, moet de rechter die wet toch toepassen. Daarmee kunnen we meteen vaststellen dat als het gaat om onze grondrechten, onze grondwet ons niet veel bescherming biedt. Terwijl de grondwet bedoeld is om de rechten van burgers tegenover de overheid veilig te stellen, kan diezelfde overheid (het parlement) dus wetten uitvaardigen die deze grondrechten geweld aandoen. De rechter mag dan niet ingrijpen.  

In veel landen bestaat juist wel een bevoegdheid van de rechter om wetten die met de grondwet van dat land in strijd zijn, buiten werking te stellen. In sommige van die landen mag iedere rechter zo’n uitspraak doen. In andere landen bestaat daarvoor een zogenaamd constitutioneel hof dat als taak heeft de grondwettigheid van wetten te onderzoeken. De laatste tijd gaan in ons land steeds meer stemmen op om artikel 120 van de grondwet af te schaffen. De Tweede Kamer nam vorig jaar een motie van die strekking aan. De rechterlijke macht heeft zich nu ook uitgesproken vóór afschaffing van dat artikel. Het lijkt er dus op dat art. 120 zijn langste tijd heeft gehad. 

Dat zou hen die veel waarde hechten aan onze grondrechten, als muziek in de oren moeten klinken. Helaas, wie goed luistert, hoort dat de muziek vals klinkt, hartstikke vals. 

Om te beginnen komt de oproep uit de Tweede Kamer van parlementariërs die er geen enkele moeite mee hadden om de ene na de andere wettelijke regeling aan te nemen waarin onze grondrechten werden beperkt: 1. inbreuk op lichamelijke integriteit door mondkapjes en PCR-testen, 2. inbreuk op bewegingsvrijheid door avondklok en anderhalvemetermaatregel en 3. discriminatie door middel van een QR-code, om maar een paar inbreuken te noemen. 

Maar goed, men mag een gegeven paard niet in de bek kijken. Het resultaat telt, niet de wijze waarop dat wordt bereikt. Dat geldt zeker in de politiek. En de rechterlijke macht dan? Het is toch hoopgevend dat rechters de vrijheid willen hebben om ongrondwettige wetten buiten werking te stellen? Dan kan het met onze grondrechten alleen maar beter gaan. Toch?

Ook hier geldt: wie goed luistert hoort vele valse noten. Waaróm willen de rechters artikel 120 afschaffen? Voelen zij zich beknot in hun mogelijkheden om recht te spreken? Daarvan viel de afgelopen jaren weinig te bespeuren. Want laten we goed beseffen: ook al mag de rechter een wet niet opzijzetten, als hij een maatregel die op die wet is gebaseerd, strijdig vindt met onze grondrechten, mag hij die maatregel wel opzijzetten. De rechter had dus bij voorbeeld 1. de anderhalvemetermaatregel (die een uitwerking was van de Wet publieke gezondheid) kunnen verbieden. Ook heeft hij 2. de kans om de opsplitsing van de maatschappij door de eis van de QR-code te verbieden, op een pijnlijke wijze gemist. En wat te denken van 3. de diverse ongrondwettige verboden om te demonstreren tegen de coronamaatregelen? De rechters hebben er niets tegen ondernomen.

Veel van onze grondrechten zijn ook vastgelegd in internationale verdragen. Denk aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Europees Handvest. Hoe vals het geluid van de rechters klinkt, wordt ook duidelijk als we ons realiseren dat artikel 120 de rechter wél toestaat om wetten te toetsen aan die verdragen. Dus als een wet in strijd is met zo’n verdrag kan de rechter in een handomdraai die wet buiten werking stellen. Maar wat hebben we de afgelopen jaren gezien? We zagen rechters die ieder beroep op een verdrag dat de aantasting van een grondrecht verbood, van de hand wezen. Keer op keer oordeelden de rechters dat we moesten vertrouwen op het oordeel van deskundige adviseurs van de regering wanneer die een bepaalde maatregel die inbreuk maakte op een grondrecht, noodzakelijk vonden. Met een beroep op die verdragen had de rechter veel coronamaatregelen ongrondwettig kunnen verklaren en kunnen verbieden. Maar nee, als trouwe vazallen van het regime lieten de rechters al die maatregelen in stand. Zelfs bij de Hoge Raad ontbrak de moed om op te staan toen hij in cassatie een uitspraak moest doen over de rechtsgeldigheid van de avondklok. Verdedigers van de Hoge Raad zullen aanvoeren dat de Hoge Raad in cassatie nu eenmaal weinig mogelijkheden heeft om vergaande uitspraken te doen. Welnu, ik kan de lezer verzekeren dat de Hoge Raad, als hij wil, juist heel veel mogelijkheden heeft om zich te uiten, en dat in het verleden ook heeft gedaan. 

Zolang de rechterlijke macht niet bereid is om met de bestaande mogelijkheden op te komen voor onze grondrechten, hoeven we geen enkele illusie te hebben dat afschaffing van artikel 120 grondwet gaat leiden tot een versterking van onze grondrechten.

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief