Bedankt voor dit bezoek. Viruswaarheid gaat door als Voorwaarheid!

Kan federalisering van centrale regeringen federalisme oplossen?

 

Door Gigi Foster, Paul Frijters, en Michael Baker

Het originele, Engelstalige artikel kun je hier lezen.

Bij het opzetten van een regering waarbij mensen door mensen moeten worden bestuurd, ligt de grote moeilijkheid in het volgende: je moet de regering eerst in staat stellen om controle over de geregeerden te krijgen; en vervolgens moet je de regering verplichten om de controle over zichzelf te houden. (cursivering toegevoegd)

De impliciete waarschuwing in deze woorden uit de Federalist Papers, geschreven door James Madison in februari 1788, is op spectaculaire wijze genegeerd.

De VS, Australië en de EU begonnen allemaal als federalistische ideeën met volledig onafhankelijke deelstaten en met grondwetten die de opkomst van een grote centrale overheid illegaal en onmogelijk maakten. Toch is het federalistische project in al die drie plekken mislukt en is er een enorme centrale bureaucratie ontstaan die zowel de staten als het geheel in een wurggreep houdt. Hierover hebben wij in een eerder artikel onze mening gegeven.

Hoe heeft deze vijandige overname kunnen plaatsvinden en hoe kunnen we een nieuw federalisme creëren dat niet opnieuw in een monster verandert?

Casestudy 1: Het falen van federalisme in de VS

De VS begon met een ingrijpend federalistische grondwet en een praktisch kader. Onafhankelijke staten waren bijna overal verantwoordelijk voor en de rol van de centrale overheid was voornamelijk om, als dat nodig was, oorlog te voeren tegen buitenlandse mogendheden en om zaken zoals handelsnormen te regelen.

Een grote verandering kwam met de Eerste Wereldoorlog, toen de modieuze interpretatie van de grondwet veranderde van Madisoniaans in Wilsoniaans. Hierbij werd Madisons wantrouwen en waarschuwingen ten aanzien van gecentraliseerde macht vervangen door Wilsons geloof in de voordelen van het concentreren van macht in de centrale regering. Deze omslag in doctrine resulteerde in de oprichting van een administratieve staat door Woodrow Wilson; de centrale uitvoerende macht nam enorm toe en daarmee ook het deel van de economische middelen dat door het bestuurlijke en administratieve apparaat van Washington werd weggezogen.

Het percentage van het BBP [bruto binnenlands product, red.] dat door de federale overheid werd uitgegeven groeide van 2% rond 1900 tot 25% vandaag, met uitschieters tijdens oorlogen, financiële reddingsoperaties en lockdowns. Na elke piek veroorzaakt door een crisis, kromp de omvang van de bureaucratie (of in ieder geval het bedrag dat de bureaucratie uitgaf) enigszins, maar bleef hoger dan voor de crisis.

Een bijzonder flagrant voorbeeld van deze expansie van de federale overheid is de defensie-industrie, die obsceen groot is geworden. Het budget van het Amerikaanse ministerie van Defensie bedraagt 842 miljard dollar in 2024, en daarbovenop heeft het Witte Huis nog eens 50 miljard dollar extra gevraagd om Oekraïne te helpen om zijn nederlaag veroorzaakt door Rusland uit te stellen en tegelijkertijd meer Oekraïense levens op te offeren, Israël te steunen in zijn oorlog tegen Hamas en andere activiteiten te ontplooien die geld doorsluizen naar binnenlandse militaire industrieën.

De VS geeft meer uit aan defensie dan de volgende 10 landen samen, meer dan twee keer zoveel als China en zeven keer zoveel als Rusland, zelfs als we rekening houden met het feit dat het huidige militaire budget van Rusland flink omhoog ging vanwege het conflict met de Oekraïense staat. Het gezondheidszorgsysteem van de VS, grotendeels ineffectief en parasitair zoals we in een vorige post in oktober 2023 stelden, is een ander lichtend voorbeeld van een opgeblazen centrale structuur die vastzit aan opgeblazen private structuren.

Hoe is deze enorme opgeblazenheid ontstaan? In het kort, door mission creep – het geleidelijk toevoegen van nieuwe taken of activiteiten waardoor het oorspronkelijke doel verloren gaat – en corruptie.

Grote bedrijven wilden meer regulering om nieuwkomers in hun branche het leven zuur te maken. De juridische beroepen en het gevangeniswezen wilden meer klanten (gevangenen) en vonden die ook. De gezondheidsindustrie wilde en vond meer klanten (zieke mensen). De defensie-industrie wilde en vond meer buitenlandse vijanden. Vandaar dat elk van deze groepen op verschillende manieren de federale overheid aanspoorde en stimuleerde om te helpen bij de uitbreiding van hun privébelangen.

Naarmate de overheid centraler en machtiger werd, creëerde ze ook nieuwe agentschappen om organisaties te reguleren, zoals financiële instellingen, vervuilende bedrijven en telecommunicatiebedrijven. De grote bedrijven in deze industrieën namen uiteindelijk, zoals voorheen in de defensie- en gezondheidsindustrieën, hun regelgevers over, waarna ze deze gebruikten tegen hun concurrenten en zo kleinere bedrijven uit de markt drukkend, en tegen de consumenten door concurrentie te verminderen. De toegenomen centrale macht om zich middelen toe te eigenen en te controleren, werd gebruikt om een reusachtige bureaucratie te creëren die een vruchtbare bodem bleek te zijn voor het opleiden van een parasitaire globalistische Westerse elite die neerbuigend praat tegen degenen op wie zij het gemunt hebben, zoals we zien met betrekking tot de ESG en DEI– gekte.
[ESG: Environmental, Social and Governance; Milieu, Sociaal en Bestuur.
DEI: Diversity, Equity and Inclusion; Diversiteit, Gelijkheid en Inclusiviteit. red.]

Hebben individuele staten zich verzet? Zeer zeker, en te oordelen naar de recente acties van sommige regeringsfunctionarissen in Florida, verzetten ze zich nog steeds. Maar in de lange mars van centrale expansie werden de staten overmeesterd, omdat de federale overheid door bestaande nationale belastingen te verhogen en nieuwe te creëren, toegang had tot veel meer middelen. Er was een constante stroom excuses voor uitbreiding beschikbaar, omdat bedrijven en individuen gebruik maakten van mazen in bestaande regelgeving, en omdat er echte en ingebeelde noodsituaties waren die gemakkelijk voor de expansiekar konden worden gespannen. De VS, ooit het toppunt van federalisme, heeft nu een regelrecht fascistische politieke kern: een vereniging van rechterlijke, commerciële, wetgevende, uitvoerende en religieuze macht.

Casestudy 2: De neergang van Australië

Australië begon in 1901 als een federatie, losjes gemodelleerd naar de Duitse federatie, maar met een flinke portie innovatieve elementen om te voorkomen dat het centrum te veel macht zou krijgen. Zes kolonies met zelfbestuur gingen aan de federatie vooraf en pas in het laatste deel van de 19de eeuw groeide de steun voor een verenigde natie. Zelfs toen was het de bedoeling dat het centrale gezag zich zou bezighouden met een zeer beperkt aantal activiteiten waar inefficiëntie duidelijk was geworden (voornamelijk defensie, handel en immigratie). Het centrum, formeel bekend als het ‘Gemenebest’, kreeg geen bevoegdheden buiten noodgevallen. De staten werden verondersteld alles te organiseren, inclusief onderwijs en gezondheidszorg.

Australië voerde in 1918 zelfs een verplicht voorkeursstemmensysteem in, waarbij kiezers niet alleen hun eerste voorkeur voor een kandidaat aangeven, maar ook hun tweede voorkeur, derde voorkeur, vierde voorkeur enzovoort. In dit systeem is het gemakkelijker dan in een eenvoudig systeem waarbij de kiezer maar één stem mag uitbrengen, dat nieuwe partijen snel opkomen, want als kiezers slechts voor één partij kunnen stemmen, zullen ze minder geneigd zijn om voor buitenstaanders te kiezen uit angst dat hun stem verloren gaat.

Maar als de kiezers wordt gevraagd om hun voorkeuren in volgorde van belangrijkheid aan te geven, kunnen ze een kandidaat van een marginale partij als eerste keuze selecteren, terwijl ze nog steeds in volgorde van voorkeur instemmen met alle grote partijen op de hele kandidatenlijst. Als de partij van de eerste keuze van een kiezer wegvalt zodra de eerste voorkeuren zijn geteld, dan worden zijn volgende voorkeuren (en die van de andere kiezers) verder geteld totdat één kandidaat meer dan 50% van de stemmen heeft. Op deze manier heeft een nieuwe partij veel meer kans om te ontstaan en snel te groeien. Voor de belastingen werd een aanvullend bolwerk tegen gecentraliseerde macht opgericht: een permanent comité hield toezicht op de verdeling van federale belastinggelden onder de staten.

Hoe heeft dat allemaal uitgepakt? Net als in de VS is het Australische defensiebudget vandaag de dag booming, dit jaar voor het eerst passeerde het de 50 miljard Australische dollars. Het Gemenebest heeft zich via regelgeving opgedrongen in welzijn, gezondheidszorg en onderwijs en domineert nu de belastinginning. Alles bij elkaar geeft het zo’n 27% van het BBP uit, terwijl dat voor de Eerste Wereldoorlog praktisch nul was en in 1960 nog zo’n 10%.

Individuele staten hebben nog steeds aanzienlijke macht, die ze meedogenloos misbruikten tijdens lockdowns, maar zowel staatsoverheden als centrale overheden zijn verworden tot door gelobby aangetaste, onzin bevorderende reuzen. Een bijzonder probleem is dat overal – en dit ondanks het systeem van voorkeursstemmen dat verondersteld werd de macht te helpen verdelen – dezelfde twee politieke partijen de lakens uitdelen, die beide waar nodig overeind worden gehouden door coalities met vleugelpartijen (de Labourpartij heeft de Groenen en de Liberale partij heeft de Nationals).

De twee dominante Australische partijen hebben ontdekt dat ze met deze opzet minderheidspartijen buiten de deur kunnen houden door gerrymandering [het op onregelmatige wijze afbakenen van de grenzen van kiesdistricten om zo een oneerlijk voordeel te creëren voor een bepaalde politieke partij of factie, red.]. In een bijzonder schandalig geval verdeelde een commissie grotendeels bestaande uit leden van de grote partijen het kiesdistrict van een rebelse politicus genaamd Rob Pyne zodanig dat hij niet eens meer in het kiesdistrict woonde dat hem in het parlement van Queensland stemde. Via gerrymandering en andere methoden houdt de politieke klasse van Australië twee dominante maffiosigroepen in stand die corruptie en slechte gewoonten verspreiden, allemaal met de steun van grote internationale bedrijven. Lees ons boek Rigged uit 2022 om meer te weten te komen over de kwalijke ‘games of mates’ die Down Under worden gespeeld.

Casestudie 3: Hoe de Europese Unie de autoriteit van de lidstaten opslokte

De fundamenten van de EU waren klein, toen zes landen in 1951 in het kader van het Schuman-plan overeenkwamen om hun kolen- en staalindustrie te integreren onder één bestuur. Nauwere economische integratie in de daaropvolgende jaren leidde tot de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (of EEG, later vereenvoudigd tot EG) in 1957 en uiteindelijk de Europese Unie (EU) in 1993. De EU bestaat momenteel uit 28 landen.

Aanvankelijk was de structuur van de EG bijna het toppunt van federalisme: er was geen echte centrale regering (onafhankelijke staten waren immers soevereine naties!) en het leiderschap van de EG rouleerde elke zes maanden tussen de landen. Bij EG-vergaderingen waren nationale leiders betrokken en ministers waren gericht op gezamenlijke economische zaken zoals de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het eigenbelang van de lidstaten oversteeg supranationaal dromen. Er was een zogenaamd parlement, maar met slechts 78 leden en zonder wetgevende macht. De parlementsleden werden niet rechtstreeks gekozen, maar uit de gekozen vertegenwoordigers van de parlementen van de lidstaten.

Maar je kon de klok erop gelijkzetten: met de tijd nam het aantal instellingen, agentschappen en bureaucraten toe naarmate de missie zich ontwikkelde. In het begin brachten de meeste bureaucraten hun dagen aangenaam door met het werken aan zaken als normen voor de dikte van waterleidingen en maten van treinen. Na verloop van tijd organiseerde de Gemeenschap de zaken zo dat ze een steeds grotere gezaghebbende rol kreeg in aangelegenheden die buiten haar oorspronkelijke opdracht vielen, zoals buitenlands beleid en monetair beleid. Dit laatste werd geformaliseerd met de oprichting van de Europese Centrale Bank in Frankfurt in 1998.

Vandaag de dag is de EU veranderd in een vuurspuwend monster. Via gezondheidsvoorschriften, onzinnige industrienormen (zoals het verplicht stellen van ESG-rapportage voor grote bedrijven), een centrale munteenheid die ze heeft gebruikt om controle te krijgen over belastingen en schulden, onderwijsnormen enzovoort, is de EU een uitvoerend en wetgevend orgaan met bevoegdheden die ze nooit had moeten hebben. Haar formele budget is niet zo groot, maar het budget dat ze aanstuurt is enorm.

Volgens een meerjarenovereenkomst tussen de lidstaten heeft de EU een budget van 1,8 miljard euro te besteden in de periode 2021-27 (1% tot 2% van het BBP). Dit is voor de centrale administratie en programma’s van de EU, dus een beetje vergelijkbaar met wat Washington aan zichzelf uitgeeft. De greep van de EU op de overheidsuitgaven van de individuele lidstaten, die ongeveer 50% van het BBP van de EU bedragen, is hier niet bij inbegrepen. De EU-bureaucratie controleert een groot deel van die uitgaven via verplichte uitgaven voor gezondheidszorg (inclusief verborgen contracten met Pfizer), voorgeschreven propaganda enzovoort.

Het is veelbetekenend dat de EU veel van haar huidige bevoegdheden niet via democratische stemming heeft verkregen, maar eerder via reorganisatie: ze heeft macht vergaard door pardoes taken op zich te nemen en daarmee door te gaan tenzij ze teruggefloten werd. De Europese Commissie nam het voortouw in zaken als Brexit, migratie en de covidvaccins, en eigende zich daarbij gaandeweg voormalige nationale bevoegdheden toe met betrekking tot buitenlandse diplomatie en gezondheidsbudgetten. De regeringen van de lidstaten lieten het gebeuren.

De propagandamachine van de EU begon op dezelfde manier klein, als een set richtlijnen die de media en Big Tech moesten volgen, maar is veranderd in een volwaardig en schaamteloos ministerie van propaganda dat afwijkende meningen van het officiële gezag verbiedt. Opnieuw is het fascisme erin geslopen, eens te meer aangemoedigd door de grote internationale bedrijven en globalistische elites. Individuele Europese landen hebben nog steeds veel macht – meer dan de staten in de VS en Australië, omdat de legers in Europa tenminste nog nationaal zijn – maar de afdaling in de richting van een gecentraliseerde en tirannieke regering in Europa is onthutsend.

Hoe kunnen we het federalisme herstellen?

De afgelopen decennia hebben aangetoond dat in ongelijksoortige regio’s, met ongelijksoortige uitgangspunten, kleine centrale bureaucratieën allianties sloten met grote bedrijven en rijke individuen, ze zich steeds meer macht toeëigenden en het leven uit de federaties zogen die ze geacht werden te dienen. Alle soorten institutionele controlemechanismen faalden, van auditkantoren tot vetorechten en roterende leiderschappen. Het beest bleef maar groeien, door arrogantie, sluwheid, heimelijkheid en corruptie.

Het federalisme ligt onder vuur, maar er zit nog leven in de oude knar. In  bovenstaande drie voorbeelden hebben de deelstaten nog steeds een enigszins functionerende democratie, bloeiende onafhankelijke media, en is er een groeiend besef bij de burgers dat ze te maken hebben met iets dat hun belangen actief tegenwerkt. Behalve bij degenen binnen het machtscentrum zelf is er een verlangen naar meer besluitvorming buiten het centrum.

Bevolkingen “stemmen met hun voeten” door te verhuizen naar plaatsen die het goed doen (zoals Florida, Zwitserland, Madrid en Polen (vóór 2024)) en lopen weg van plaatsen die het verkeerd doen (zoals Londen, Californië en Melbourne). De centrale regeringen vergroten nog steeds hun controle, maar ze moeten nu harder schreeuwen om hun zin te krijgen en ze doen alsof elk klein probleem een existentiële bedreiging is die meer controle vereist. Ze moeten aan de (gen)therapie!

Wij denken dat de toekomst federalistisch is en we willen vooruitkijken en nadenken over hoe we kunnen voorkomen dat het huidige probleem opnieuw de kop opsteekt. Hoe kan er een soort federalisme worden opgebouwd dat dient als een robuust bolwerk tegen de fascistische krachten die vandaag de dag zo dominant zijn?

Het belangrijkste dilemma dat we zien is dat elke moderne federatie waarschijnlijk niet om een ‘gedeelde’ bureaucratie heen kan. Velen die tijdens de covidjaren aan de kant van Team Nuchter stonden, dromen van weinig gemeenschappelijke bureaucratie. Maar hoezeer we het ook haten, we denken dat een gedeelde bureaucratie niet alleen onvermijdelijk is, maar zelfs een doel kan dienen.

We hebben een bureaucratie nodig van redelijke omvang om een groot leger te leiden, omdat elke moderne westerse staat vijanden heeft met grote legers. We hebben een dergelijke bureaucratie ook nodig als tegenwicht tegen grote internationale bedrijven die ons allemaal zullen overrompelen als er geen georganiseerd tegenwicht is. Het dromerige liberalisme van de 18e eeuw is in onze ogen gewoon te individualistisch en naïef met betrekking tot de moderne realiteit van de wereld van de macht waarin iedereen moet vechten voor zijn plek. Grote bedrijven en landen met slechte bedoelingen creëren angstaanjagende beesten die ons dwingen ons eigen woeste beest te hebben om ons te verdedigen.

Maar hoe kunnen we ons eigen woeste beest hebben en er niet door worden opgegeten?

Een voor de hand liggende plek om te beginnen is om de huidige asociale bureaucratie te ontmantelen en een rechtsgang in te stellen om de misdaden van de centrale overheid aan het licht te brengen en te bestraffen. Dat is allemaal goed, en welkom, maar we moeten ook nadenken over de dag na de straffen. Hoe gaan we de dingen dan regelen voor onze kinderen en hun kinderen?

Een belangrijk element om aan toekomstig federalisme te koppelen, is een veel actievere en bewustere burgerij. We hebben al twee cruciale vernieuwingen geschetst die daarbij zouden helpen: de benoeming van elke bureaucratische leider met budgettaire of regelgevende bevoegdheid door burgerjury’s, vergezeld van een burgermediaplicht waarbij nieuws wordt erkend als een belangrijk publiek goed dat door de burger zelf moet worden gebracht. Deze twee innovaties zouden moeten helpen bij het genereren van een zichzelf informerende burgerij die regelmatig betrokken is bij het kiezen van leiders en bij het beschermen tegen bureaucratisch misbruik.

Kan de ‘Vierde Macht’ alleen corruptie bestrijden?

De kern van deze twee voorstellen was de oprichting van een ‘vierde macht’ binnen de centrale overheid en elk onderdeel van de federatie (bijv. staat of land) die als taak heeft de burger zelf-geïnformeerd te houden en de andere drie machten van de overheid (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht) te dwingen voor hun bevolking te werken in plaats van tegen hen samen te spannen.

Benoemingen door burgerjury’s georganiseerd door deze vierde macht, zouden in de plaats komen van politieke benoemingen aan de top van elke instelling die afhankelijk is van overheidsgeld en van elke instelling die een rol heeft die vergelijkbaar is met die van de overheid – inclusief liefdadigheidsinstellingen waarvan er momenteel veel door de rijken worden gebruikt om democratische krachten te omzeilen (denk aan de Gates Foundation). De mediatak van de vierde macht zou zich ook kunnen uitbreiden tot het geven van informatie aan het publiek over de overheid zelf, zoals over de werking en ontdekkingen van rekenkamers. Amerikaanse initiatieven in deze richting zijn in volle gang.

Maar zelfs als de topbureaucraten in een nieuw federaal systeem onafhankelijk benoemd zouden worden door burgerjury’s, zou de commerciële druk om deze bestuurders te corrumperen onmiddellijk en enorm zijn: machtige nationale en internationale bedrijven zijn van nature hebzuchtig en zullen niet verdwijnen. Deze bedrijven zullen ook samenwerken met topconsultants van wie het bestaansrecht gevormd wordt door hen te ondersteunen bij het ondermijnen van de belangen van de eigen bevolking.

Met alle doelwitten dicht bij elkaar op een fysieke locatie zoals Washington D.C., Canberra of Brussel, kan het Grote Geld gemakkelijk topbureaucraten omringen met verleidingen en met hun eigen propagandistische media-apparaat, waardoor ze worden aangemoedigd om de rest van ons te zien als  minderwaardige mensen die elke minuut van de dag verteld moet worden wat ze moeten doen, net zoals nu gebeurt. Op zakelijke en politieke elites kan ook worden gerekend om de anticorruptie-inspanningen van de vierde macht ter plekke te saboteren.

De systemen die door de vierde macht zijn opgebouwd om burgercontrole te krijgen op wat er in het centrum gebeurt, zouden geleidelijk worden gekloond door schaduwbureaucratieën, opgezet door het Grote Geld, die direct advies geven en toppolitici ‘efficiënt’ helpen met dit of dat probleem. Het centrum zou beginnen met het omzeilen van door burgers gesteunde structuren, en propaganda voeren gericht tegen door burgerjury’s gekozen leiders, waarbij de opkomende parasitaire klasse echt onafhankelijke leiders voor mislukkelingen uitmaakt.

We verwachten dat het Grote Geld via deze en vele andere snode mechanismen zal ontdekken hoe het de vierde macht kan onderwerpen en corrumperen. Een parasitaire klasse zou opnieuw opduiken en floreren, daarbij aanzienlijk geholpen door de vele sleutelrollen die op dezelfde locatie zijn samengebracht. Dit dystopische gedachte-experiment leidt ons tot de conclusie dat een direct democratische vierde macht het niet allemaal alleen kan: om de scheiding van overheidsmachten te handhaven moet er ook een fysieke scheiding van overheidsmachten zijn. De centrale bureaucratie moet de boer op.

De reizende bureaucratie

Stel je een systeem voor waar in plaats van een permanente locatie waar alle macht en invloed gecentreerd is in een bepaalde geografische zetel, elk functioneel gebied van een centrale bureaucratie ergens anders binnen de federatie zou worden gepositioneerd. Bovendien wordt ieder onderdeel van de centrale bureaucratie om de paar decennia ontworteld en elders ondergebracht worden. Een soort administratieve stoelendans.

Elk functioneel gebied zou geplaatst worden in de bureaucratie van een willekeurig gekozen lid van het eerstvolgende laagste overheidsniveau – d.w.z. het staatsniveau in de VS en Australië, het provinciaal niveau in Canada, of het landniveau in de EU – en zou dan na een bepaalde periode rouleren naar de bureaucratie van een ander willekeurig gekozen lid.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken kan bijvoorbeeld 20 jaar lang deel uitmaken van het bestuursapparaat van Florida, waarna het naar Texas of Montana wordt verplaatst. Op dezelfde manier kan de Amerikaanse Federal Reserve 20 jaar lang deel uitmaken van de Federal Reserve van Ohio, waarna het naar Missouri wordt verplaatst. De federale politici zouden nog steeds het beleid, de reikwijdte van de verantwoordelijkheden en de budgetten voor deze entiteiten bepalen, maar over de dagelijkse gang van zaken en alle personeelszaken zou lokaal worden beslist, met een directeur aan het roer die wordt benoemd door een burgerjury die wordt gevormd uit de burgers van die lokale lidstaat.

Hoe zou dit werken in de EU, met 28 landen? De centrale EU-bureaucratie zou worden georganiseerd in, laten we zeggen, ongeveer 24 functionele gebieden. Deze 24 functionele gebieden zouden over de EU rouleren, waarbij elk jaar één of twee functies naar een ander land verhuizen en geen twee gebieden ooit in dezelfde lidstaat zijn gevestigd. Het hoofd van elk functioneel gebied, zoals de topambtenaar in het onderwijs, zou worden aangesteld door een lokale burgerjury en daardoor verbonden zijn met de lokale bevolking.

Ongeveer twee jaar voor de geplande verhuizing zou het nieuwe gastland willekeurig worden gekozen en zich voorbereiden op het maken van ruimte voor de nieuwe centrale functie. Omdat het nieuwe gastland de macht zou hebben over alle personeelsaangelegenheden, zou het tijdens de overgangsperiode de mogelijkheid hebben om inkrimping of herschikking van mensen binnen de nieuwe bureaucratie te plannen.

Gedetailleerde ontwerpspecificaties: Rotaties, snoeien, modulariteit en financieringscontroles

Het doel om minder functionele gebieden te hebben dan federatieleden is om een sterke politieke stimulans te creëren om de rotatie gaande te houden: de leden die in een jaar niet zo’n verantwoordelijkheid hebben, zullen eisen dat er één naar hen toekomt, waardoor het moeilijk wordt om de rotatie te stoppen. Het doel van de rotatie zelf is om in elk gebied een automatisch moment van creatieve vernietiging en vernieuwing in te bouwen: een moment waarop wat nog echt efficiënt en nuttig is, zal worden beoordeeld door de frisse, kritische blik van een nieuwe gastheer die bereid en in staat is om dat wat niet langer zinvol is, overboord te gooien.

Door dezelfde centrale functionaliteit te behouden voor de hele federatie, maar met minder middelen, zou de lokale gastheer een deel van het overschot kunnen besteden aan zijn eigen burgers, via meer banen op andere gebieden binnen zijn lokale bureaucratie die meer direct te maken hebben met lokale zaken.

Zowel de functionele eenheden als de ambtenaren die deze bemannen moeten nuttig lijken voor de nieuwe gastheer, bijvoorbeeld door een bewezen staat van dienst, als ze willen dat hun gebied en hun baan de rotatie overleven. Zo’n automatisch snoeimoment ontbreekt in het huidige systeem, waar de stimulans voor de centrale bureaucratie is om te groeien en te groeien en ‘dood hout’ achter te laten om de boel te verstieren. Creatieve vernietiging wordt erkend als een cruciaal component voor blijvende vitaliteit in de privésector. Hoewel het pijn en inefficiëntie op de korte termijn met zich meebrengt, hebben we ook in de publieke sector regelmatig opschudding nodig om te voorkomen dat de ergste langetermijnproblemen van vandaag opnieuw de kop opsteken.

Het enigszins modulair houden van de bureaucratie en daarmee het beperken van de integratie tussen functionele eenheden is ook een eigenschap, geen systeemfout. Modulaire eenheden zijn gemakkelijker te optimaliseren en gemakkelijker eerlijk te houden. Coördinatie tussen eenheden zou moeilijker zijn met een modulair ontwerp, maar die coördinatieproblemen zouden dan worden opgelost via expliciete erkenning van gedeelde problemen.

Open debat en open initiatieven zouden in de plaats komen van de verstrikkingen van de Gordiaanse Knopen die we op dit moment hebben en die ervoor zorgen dat corruptie zo moeilijk vast te stellen en ongedaan te maken is. Federalisering van het centrale systeem zelf, door het opsplitsen en het laten rouleren van de functionele gebieden tussen lidstaten, dwingt ertoe dat de oplossingen voor coördinatieproblemen op centraal niveau in de openbaarheid worden besproken. Het zou zowel de openbare dienst als de burgers dwingen zich meer volwassen op te stellen ten aanzien van de echte problemen van de bureaucratie, waarbij diegenen worden beloond die meer pragmatisme en tolerantie inbrengen (in plaats van slogans). Het zou de waarde van interne generalisten ten opzichte van mediamensen bevorderen.

Dit systeem zou ook een ingebouwd mechanisme nodig hebben om te voorkomen dat de centrale overheid directe controle krijgt over middelen buiten de verspreide centrale bureaucratie – bijvoorbeeld via liefdadigheidsinstellingen, oorlogskassen, of de financiering van universitaire onderzoeksgroepen. Dat is nodig om te voorkomen dat het Grote Geld de regering in feite opkoopt. Ons voorstel is dat alle functionele gebieden de bevoegdheid krijgen om controle te eisen over alle extra-gouvernementele middelen die centrale politici zich toeëigenen en sturen, zelfs als die toeëigening gebeurt via particuliere organisaties die door donateurs zijn opgezet.

Om dit operationeel te maken is een administratieve rechtbank nodig die beslist welke van de functionele gebieden de geïdentificeerde fondsen krijgen. We hopen dat deze mogelijkheid om extra-gouvernementeel geld op te strijken een zeer sterke stimulans zal zijn voor de vele functionele gebieden om toezicht te houden op de middelen die direct of indirect door de centrale politici worden gecontroleerd. Om te kunnen functioneren, zou het belangrijk zijn om geen uitzonderingen toe te staan op de regel dat er geen geheime of speciale fondsen kunnen zijn, vooral niet om redenen van “nationale veiligheid” of “noodsituaties”, want anders zou alle corruptie via dergelijke smoesjes worden gekanaliseerd, zoals gebeurde met Covid.

Onze ontwerpspecificaties sluiten de noodzaak van een grote hoofdstad uit: er zou geen fysieke plaats bestaan waar alle grote ministeries hun hoofdkantoren hebben, waar macht en lobbyisten samenkomen. Toch zouden er op één of misschien twee plaatsen parlementen en kantoren van de uitvoerende centrale regeringen met gekozen politici kunnen zijn die als gastheer kunnen dienen voor bezoekende buitenlandse diplomaten. Maar het vertoon van centrale autoriteit in Washington D.C. en haar analoge steden in het hele Westen zou veranderen in iets veel bescheideners dan het nu is. Alle back-office-ondersteuning en hulpmiddelen die zijn ingebed in de verschillende afdelingen van de Deep State zouden zich ergens anders bevinden. Stel je eens voor wat je met dat onroerend goed op Independence Avenue zou kunnen doen.

Zelfs de beveiliging en de koffiemachines van de kantoren van de uitvoerende regering zouden georganiseerd en beslist worden door een van de ministeries, gevestigd in een van de lidstaten ver weg van de centrale parlementszetel, met sterke stimulansen om het efficiënt en klein te houden. Centrale politici zouden nog steeds veel macht hebben, namelijk over de begroting en de wetten die betrekking hebben op alle burgers van de federatie, simpelweg omdat de bevolking het nodig heeft dat over zulke dingen wordt beslist door vertegenwoordigers. Maar de burgers en de lidstaten zouden veel meer directe controle hebben over alle instrumenten die deze politici tot hun beschikking hebben.

Zou de lokale bevolking opstandig kunnen worden?

Men zou zich zorgen kunnen maken dat in een dergelijk systeem lokale politici en bureaucraten de middelen die het centrum naar hen stuurt om uit te geven, zullen plunderen en verkeerd zullen besteden. Wij denken dat dit risico kleiner is dan het lijkt, en wel om de volgende redenen.

In ons roterend systeem zou elke lidstaat de centrale uitgaven van de hele federatie met betrekking tot slechts één gebied beheren, zoals onderwijs, terwijl andere individuele lidstaten andere belangrijke centrale gebieden van het volledige pakket zouden beheren, zoals defensie, gezondheid, voedselveiligheidsnormen, belastingen en nationale parken.

Zolang het zinvol is om samen met de andere lidstaten in een federatie te zitten, is er een economische en politieke stimulans voor elke staat om redelijk te zijn in het besteden van fondsen. Bovendien zou de begroting nog steeds onderworpen zijn aan centrale controle en dus indirect aan het toezicht van de bevolking als geheel. Als één lidstaat zich misdraagt, kan de bevolking als geheel reageren via wijzigingen in de begroting.

Een andere zorg is dat ambtenaren die voor een centraal gebied werken, maar zich fysiek in één bepaalde lidstaat bevinden en direct onder burgers werken die loyaal zijn aan die staat, zelf een verdeelde loyaliteit zouden hebben. Het geld en het doel van hun werk is om het geheel te dienen, terwijl de stimulansen van hun hoogste baas en de drijfveren op hun fysieke locatie gericht zijn op het dienen van de lokale staat. We zien dit opnieuw als een eigenschap, niet als een systeemfout, omdat juist deze spanning het ontstaan van een nieuw totalitair centrum zou bemoeilijken.

Om goed te kunnen functioneren, heeft het hele systeem zowel vertrouwen nodig van als moet het vertrouwen creëren tussen de samenwerkende staten, vertrouwen dat voortkomt uit en in stand wordt gehouden door gezamenlijke belangen. Na verloop van tijd zouden de rotatie en wederzijdse afhankelijkheid die in dit systeem zijn ingebed een cultuur van efficiënte samenwerking bevorderen. Het zou zo’n beetje functioneren als een gemeenschap van families, waarbij elke familie bij toerbeurt bepaalde taken op zich neemt die aan het geheel ten goede komen.

Natuurlijk zouden er moeilijkheden ontstaan, waaronder ook gevallen van lokale hoofden die hun macht misbruiken, maar die hoofden zijn uiteindelijk verantwoording verschuldigd aan hun lokale bevolking voor wie het belangrijk is om goede relaties te onderhouden met de burgers van de hele federatie. Alleen als de lokale bevolking het nut er niet langer van inziet om deel uit te maken van het geheel zou dit uiteenvallen, en terecht; nog een kenmerk, geen systeemfout. Deze spanning houdt het systeem scherp en dwingt tot samenwerking tussen de lidstaten en een voortdurende zoektocht naar gemeenschappelijke belangen.

Als er echt geen gemeenschappelijk belang meer is om een federatie te blijven, dan moet en zal de federatie uiteenvallen in een groots voorbeeld van creatieve vernietiging, om plaats te maken voor een organisatiestructuur die voor een supranationale staat beter geschikt is. Het uiteenvallen zou echter pijnlijk zijn, omdat elke staat die uit elkaar wil gaan plotseling alles zou moeten doen wat de andere staten voor hem deden, wat onmiddellijk hoge kosten met zich meebrengt. Een ander kenmerk, en één met weer een andere analogie met families.

Naar een nieuw federalisme voor het digitale tijdperk

Ons nieuwe federalismevoorstel is bij uitstek geschikt voor de moderne tijd. In de vorige eeuwen, vóór het internet en directe videocommunicatie van hoge kwaliteit en over lange afstanden, zou het onmogelijk zijn geweest om de centrale bureaucratie op deze manier te federaliseren. Het delen van informatie, discussiëren, oplossen van problemen en de coördinatie tussen de centrale bureaucratische eenheden onderling en tussen hen en de centrale politici zou vrijwel onmogelijk zijn geweest.

Het zou weken hebben geduurd voordat een politicus of ambtenaar een rondgang had gemaakt langs alle functionele gebieden in alle lidstaten. De enorme hoeveelheid coördinatie die nodig is om een uitgestrekte bureaucratie te runnen zou de afschaffing van centrale locatievorming hebben voorkomen. De mogelijkheid die we schetsen om het hoogste niveau van de overheid te polycentreren [in meerdere centra onderbrengen, red.] is mogelijk dankzij nieuwe technologie, waardoor coördinatie tussen vele nauw verbonden eenheden die zich op verschillende plaatsen bevinden veel gemakkelijker en zelfs gemeengoed is geworden.

De controle van politici en bedrijven over informatiestromen, die op extreme schaal mogelijk wordt gemaakt door de moderne communicatietechnologie en de kolossale mediabedrijven die daardoor ontstaan, is ook iets dat rechtstreeks wordt aangepakt in ons voorstel. Na een periode van aanpassing aan de directe democratische vereisten van het nieuwe systeem, zou frequente betrokkenheid van burgers bij het runnen van de media, lidstaten en de federatie als normaal worden beschouwd. Dat zou na verloop van tijd leiden tot een actievere en beter geïnformeerde burgerij. Burgers zouden gemobiliseerd worden om veel meer en efficiënter voor hun eigen belangen op te komen dan nu het geval is.

Hoezeer ons voorstel ook verandering inhoudt, sommige aspecten van wat er nu gebeurt zouden blijven bestaan. De verdeling van verantwoordelijkheden tussen de centrale regering en de regeringen van de individuele lidstaten zou nog steeds onderhevig zijn aan ‘normale politiek’. Beide zouden eeuwig touwtrekken om meer middelen onder hun controle te krijgen, waarbij ze met elkaar en met burgers concurreren. De factoren die deze expansiedrang tegenwerken zouden echter veel krachtiger zijn dan nu, via de activiteiten van de vierde macht en via de architectuur en logistiek van het polycentrische systeem.

De details juist krijgen vereist een zorgvuldige analyse van bestaande polycentrische systemen, zoals in Zwitserland, waar het federalisme grotendeels intact is gebleven. Enkele openstaande ontwerpvraagstukken zijn bijvoorbeeld de volgende:

  1. Moet de grootte van het centrale functionele gebied dat een bepaalde lidstaat op zich neemt ongeveer overeenkomen met de grootte van die staat zelf, al was het maar omdat zeer kleine staten misschien niet de administratieve capaciteit hebben om zeer grote stukken van de bureaucratie op zich te nemen? Dit zou kunnen worden bereikt via een op omvang gebaseerde gelaagdheid van het willekeurige toewijzingsmechanisme. (Nadeel: het ministerie van Defensie van de VS zou waarschijnlijk nooit in Idaho zetelen. Voordeel: de concurrentie tussen de lokale bureaucratie van een lidstaat en de bureaucratie van het centrale gebied waarvan deze in een bepaald jaar gastheer is, zou gelijkwaardiger zijn).
  2. Moeten de hoofden van elk centraal functioneel gebied toestemming krijgen om naar de centrale parlementszetel te reizen? (Nadeel: ze zouden dan gemakkelijker kunnen samenspannen met verkozen politici en het Grote Geld tegen de belangen van het volk. Voordeel: gezamenlijke activiteiten tussen de politici en de centrale bureaucratie zouden efficiënter zijn).

Ben jij een politieke pragmaticus die echt geïnteresseerd is in het omkeren van de Titanic van de moderne westerse parasitaire machtsstructuren en die wil helpen bij het ontwerpen van een robuustere, gestroomlijnde en meer slagvaardige versie van federalisme om hun plaats in de toekomst in te nemen? Zo ja, dan willen we graag dat je je eigen ideeën naar voren brengt. Organiseer je eigen conferenties over dit onderwerp, en probeer dingen lokaal uit. Wacht niet tot het te laat is, want wanneer onze samenlevingen echt klaar zijn voor hervormingen, kan de herstelbeweging het zich niet veroorloven om een lege map met blauwdrukken te hebben. Het moment voor serieus design denken is nu aangebroken. Voor liefde en waarheid.

Meld je aan voor de nieuwsbrief