Bedankt voor dit bezoek. Viruswaarheid gaat door als Voorwaarheid!

Marion Koopmans en het RIVM: De Andere Coronakloof

Marion Koopmans vervulde verschillende rollen in de pandemie. Dit leidde mede tot stroeve relaties met personen en instanties.

Door Cees van den Bos

Dit artikel is integraal overgenomen van bomenenbos.substack.com

Marion Koopmans is verbonden aan het Erasmus Medisch Centrum wanneer de virusuitbraak van het nieuwe SARS-CoV-2 plaatsvindt. Vanwege haar palmares en grote netwerk, krijgt zij meerdere rollen toebedeeld in de crisisbestrijding.

Als professor in de virologie draag je de verantwoordelijkheid voor onderzoeken en de financiering ervan. De reactie van internationale en landsbesturen op de pandemie maakte dat er grote budgetten vrijkwamen die via subsidiemechanismen als ZonMW en Horizon richting de onderzoeksinstituten vloeiden. Dit commerciële aspect leidt tot belangen die soms botsen met andere.

Uit vrijgegeven WOB-documenten blijkt dat de relatie met instanties als het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) niet altijd even goed is geweest. Evenmin lijkt de handelswijze van de virologe niet altijd even hoog te scoren op de schaal voor zakelijke ethiek. Uitschelden, intimideren en machtsspelletjes blijken voorhanden middelen in haar gereedschapskist.

Koopmans’ rollen in de pandemie

De primaire functie die Koopmans vervult is de rol van hoofd van de afdeling Virologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. In deze rol leidt zij diverse onderzoekslijnen en draagt daarmee ook de verantwoordelijkheid om fondsen (grants) te werven voor deze studies. Toen in 2019 het nieuwe coronavirus uitbrak, was Koopmans een van de adviseurs van de World Health Organization (WHO). Vanuit deze hoedanigheid leverde zij een bijdrage aan de totstandkoming van de Corman-Drosten paper. Op basis van deze paper werd de PCR-test ontwikkeld die men wereldwijd zou gaan gebruiken om vast te stellen of iemand de virusdeeltjes bij zich droeg. De paper was omstreden omdat de peer review binnen 24 uur na publicatie had plaatsgevonden, en een groep onafhankelijke wetenschappers een verzoek had ingediend tot het intrekken van de paper. Het verzoek werd niet ingewilligd door Eurosurveillance.

Kort na de start van de pandemie stelde de Nederlandse overheid onder leiding van Jaap van Dissel van het RIVM, het Outbreak Managament Team (OMT) op. Marion Koopmans zat in het OMT.

In 2019 werd de omstreden Denktank Desinformatie opgericht. Een illuster gezelschap van enkele medici, psychologen, communicatiewetenschappers, filosofen, inspecteurs, ambtenaren en ex-politici die nu bij techreuzen Google en Facebook werken. Het gremium is in 2019 in opdracht van de Europese Commissie opgericht en komt voort uit de Vaccinatie Alliantie. De Denktank had circa vijf experts ofwel ‘actievelingen’ geworven om vermeende desinformatie over de vaccins te kunnen duiden en van repliek te kunnen voorzien. Aangezien Koopmans niet in de Vaccinatiealliantie, maar wel in de Denktank zat, ligt het in de lijn der verwachting dat zij tot het groepje experts behoorde. In deze hoedanigheid heeft Koopmans bijgedragen aan een donkere periode in de recente geschiedenis. Kritische geluiden werden gecensureerd en artsen werden door mede-denktankleden geïntimideerd wanneer zij een mening uitten die de vaccinatiebereidheid niet ten goede kwam. Koopmans had mede door het voorgaande een duidelijke aanwezigheid in de reguliere en op sociale media. Wellicht is dit een voortvloeisel van haar rol in de Denktank Desinformatie. Zo woonde zij samen met enkele activistische sociale mediagebruikers een lezing bij van Sigrid Kaag over polarisatie op internet.

Klik op een afbeelding om te vergroten

De ironie wil dat juist deze activisten en Denktank-leden de polarisatie aanwakkerden omdat de mensen die het beleid bekritiseerden, georganiseerd en groepsgewijs werden aangevallen.

Marion reisde als adviseur van de WHO af naar Wuhan om haar aannames over de oorsprong van het coronavirus bevestigd te zien.

In een ander groepje wetenschappers waar zij deel van uitmaakte, werd de oorsprong van het coronavirus onderzocht. De overige leden waren grote namen in de virologie, zoals Anthony Fauci van de National Institute of Allergy and Infectious Disease (NIAID), Francis Collins van de National Institute of Health (NIH), Jeremy Farrar als hoofd van de Wellcome Trust en Christian Drosten. Eddie Holmes, Bob Garry, Andrew Rambaut en Kristian Andersen behoorden tot de groep die een lableak als reële mogelijkheid beschouwden. De laatstgenoemde vond een opmerkelijke molecuulstructuur in het virus, dat volgens hem eerder in de richting van een ontsnapping uit het laboratorium zou wijzen dan dat het een zoönose zou verklaren. Koopmans pleitte in haar e-mail om deze bevinding niet te publiceren, omdat dit complottheorieën zou kunnen aanwakkeren.

Kennelijk was Koopmans al in het onderzoeksstadium overtuigd van wat complottheorieën waren en wat wetenschap was. Ron Fouchier en Christian Drosten waren mordicus tegen een onderzoek naar een lableak. De mogelijkheid van een labontsnapping mocht pas na uitgebreide onderhandelingen in het rapport opgenomen worden, mits erbij zou worden gezet dat het extreem onwaarschijnlijk was. Het advies werd gegeven om geen verder onderzoek naar een lableak te doen.

Twaalf dagen na de bovenstaande mailwisseling gaf Marion een presentatie aan de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW), waarin zij de mogelijkheid van de herkomst uit het laboratorium classificeerde als een gedebunkte hypothese.

Vanuit haar functie binnen het Erasmus MC (EMC) nam zij deel aan verschillende onderzoeken die in opdracht van de Europese Commissie of de Nederlandse overheid werden uitgevoerd. Het Erasmus MC beschikt net als het RIVM over een van de referentielaboratoria die noodzakelijk zijn voor het sequencen van virusdeeltjes tijdens het onderzoek voor kiemsurveillance. Dat is het monitoren van virusvarianten die worden gevonden door middel van de PCR-test.

Binnen subsidieprojecten is het van belang welke rol wordt vervuld. De penvoerder wordt gezien als de hoofdaannemer, en ten aanzien van de subsidieverstrekker en alle deelnemers is het belangrijk om te zien wie er ‘in the lead’ is. Dit leverde zo nu en dan spanningen op binnen de projectgroepen waaraan Koopmans deelnam.

Escalatie na de studie naar nertsen

In de tweede helft van oktober 2020 zijn de eerste indicaties van een verstoorde relatie tussen Koopmans en het RIVM zichtbaar. Het RIVM heeft de opdracht gekregen om kiemsurveillance op te zetten, samen met enkele partners. Het Erasmus MC is een van de partners. In een e-mail die het RIVM aan Koopmans stuurt, wordt voorgesteld om in een vervolgsessie de irritaties en pijnpunten te bespreken. Koopmans reageert niet op de mail, waardoor zij een week later vriendelijk aan de vorige e-mail wordt herinnerd.

Twee weken later reageert Koopmans met de vraag of zij de publicatie van een ander onderzoek naar nertsen mag ontvangen. Mogelijk heeft er in de tussentijd meer correspondentie plaatsgevonden die niet in de WOB-publicatie is vrijgegeven. In antwoord op Koopmans’ verzoek, stuurt de RIVM-medewerker op 11 november de gevraagde publicatie over nertsen. Uit de e-mail blijkt dat Marion het document al eerder toegestuurd had gekregen.

Het RIVM heeft het nertsenonderzoek ook gepresenteerd met vermelding van het Erasmus MC en Marion Koopmans als betrokkenen.

Koopmans is boos op het RIVM. Haar data die het Erasmus MC zou hebben geüpload naar de centrale onderzoeksdatabase GISAID zouden zijn gebruikt in het onderzoek dat het RIVM had geopenbaard. GISAID is een openbaar platform waar onderzoekers data met elkaar kunnen delen, echter, er zijn gedragsregels gekoppeld aan het gebruik van elkaars data. Collega-viroloog Ron Fouchier, eveneens verbonden aan het Erasmus MC en goede bekende van Koopmans, zit in de Scientific Advisory Council bij GISAID.

Een dag nadat de RIVM-medewerker het onderzoeksrapport over de nertsen naar Koopmans stuurt, dient de virologe op 12 november een formele klacht tegen het RIVM in bij GISAID. Het gezondheidsinstituut zou volgens Koopmans de gedragsregels hebben geschonden ten aanzien van het gebruik van data van het ErasmusMC.

In een lange e-mail met als onderwerp: “Breach of terms of use” doet Koopmans haar beklag tegen de organisatie van collega OMT-lid Jaap van Dissel.

Het RIVM zou de data al gebruikt hebben terwijl het onderzoeksconsortium van Koopmans nog bezig is met de analyse en de beschrijving van de data. In de klacht wordt verder beschreven dat een van de onderzoekers regelmatig in contact stond met de groep van het RIVM die de data zou hebben gebruikt, zonder deze persoon te informeren over de op handen zijnde publicatie.

Een latere e-mail van Koopmans aan GISAID bevat de punten van bezwaar. Mogelijk is dit een doorgestuurde e-mail die aanvankelijk aan het RIVM was gericht.

Niet netjes van het RIVM en ongebruikelijk in de wetenschappelijke kringen, dus staat Koopmans in haar recht om hier verontwaardigd over te zijn en een klacht in te dienen. De vraag is of het de juiste manier is om een dergelijk conflict tussen twee Nederlandse onderzoeksinstituten op een internationaal podium op te lossen.

Een nieuw project: Kiemsurveillance

In dezelfde periode als waarin de escalatie over de nertsendata plaatsvindt, stelt het RIVM een offerte voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op om kiemsurveillance uit te voeren. De oorsprong van kiemsurveillance is een wens vanuit de Europese Unie die aan de lidstaten heeft gevraagd om een dergelijk project op te zetten.

Het doel van kiemsurveillance omschreef volksgezondheidsminister Hugo de Jonge regelmatig in de media als ‘zicht op het virus’. Vanuit verschillende laboratoria van ziekenhuizen en teststraten worden samples ingestuurd naar de referentielaboratoria om analyses te doen naar de aanwezigheid van nieuwe varianten van het virus. Zo kunnen uitbraken van bepaalde varianten met alle virale eigenschappen gemonitord worden.

Op basis van deze data voedt het RIVM haar rekenmodellen, met als resultaat de bekende grafieken zoals die op het coronadashboard of in rechtbanken verschijnen.

Zo is er veel te doen geweest om de Britse variant van het virus. Deze was rond de jaarwisseling van 2020 naar 2021 in opkomst, en men vreesde voor grote gevolgen. De angst voor deze variant was van doorslaggevende aard in het hoger beroep dat de stichting Viruswaarheid aanspande tegen de staat.

Kiemsurveillance vormde later ook de basis voor het advies om kinderen tussen de 12 en 17 jaar oud te injecteren met de mRNA-vaccins om zo een menselijk schild rond de ouderen en kwetsbaren te vormen. De modellen van het RIVM die gevoed werden met data uit de kiemsurveillance toonden namelijk aan dat wij een halfjaar later in de problemen zouden komen wanneer de jeugd niet geprikt zou worden.

Koopmans wil graag meedoen met Kiemsurveillance

Twee weken nadat Marion Koopmans de formele klacht bij GISAID indiende over de nertsendata, nam de virologe contact op met het RIVM. Zij had lucht gekregen van het nieuwe project over kiemsurveillance.

Een korte e-mail met alleen een onderwerpregel “Kunnen we even bellen”, wordt de volgende dag door het RIVM beantwoord. “Wij zijn bezig met de formele reactie richting het nertsenconsortium aangaande het schrijven aan GISAID (red.). Zodra deze is afgerond kunnen wij contact hebben.”

Drie weken later stuurt Koopmans een reactie. Uit de mail blijkt dat zij graag in contact wil komen met het gezondheidsinstituut over kiemsurveillance, maar zij heeft begrepen dat het de RIVM-medewerkers niet is toegestaan om te praten met haar medewerkers van het Erasmus.

De escalatie over de nertsendata heeft de relatie tussen het RIVM en het Erasmus op scherp gezet. Uit de verdere mailwisseling van die dag blijkt dat het RIVM is begonnen met kiemsurveillance zonder Koopmans daarin te betrekken. Uit de mail blijkt enige afstand. Dat valt verkeerd bij Marion.

Koopmans wil graag aanwezig zijn bij de bijeenkomst, maar haar missie naar Wuhan bemoeilijkt het vinden van een geschikt moment in de agenda. Uiteindelijk zal er wel een overleg worden ingepland waarbij het Erasmus wordt uitgenodigd.

Een machtsstrijd ontvouwt zich waarin de organisatie van kiemsurveillance in handen ligt van het RIVM, en het Erasmus slechts een van de deelnemers is. Dat accepteert Marion niet. Het Erasmus is niet “slechts een van de referentielabs“. Koopmans eist gelijkwaardigheid.

Zo blijkt ook uit een nog stelliger geformuleerde e-mail van Marion Koopmans die zij een week later verstuurt. Er is door haar commentaar gegeven op de beoogde organisatievorm. “Ik ga echt niet accepteren als dit nu niet gecorrigeerd wordt“, “mensen mogen niet met me praten“ en “wij zijn primaire partner“ wordt het RIVM toegebeten.

Enkele weken later blijkt dat de twee instituten nog moeizaam samenwerken wanneer het OMT in verband met een adviesaanvraag de input nodig heeft van zowel het RIVM als het Erasmus. Een reactie van het Erasmus blijft uit.

In het wekelijkse overzicht van eind 2020 dat door beide instituten tot stand komt, blijkt volgens een van de collega’s ‘politieke inbreng’ vanuit het Erasmus te zijn geslopen.

Toch lijkt het RIVM tegemoet te komen aan de eisen van Marion. Het Erasmus krijgt een meer prominente rol in het kiemsurveillance-traject. Dit blijkt uit een mailwisseling tussen het RIVM en de Dienst Testen (DT) die de monsters moet aanleveren aan de laboratoria. De regie ligt netjes bij het RIVM en het Erasmus.

Aan OMT-lid en RIVM-baas Jaap van Dissel lijken de opgelopen spanningen tussen de onderzoeksinstituten voorbij te gaan. Dit blijkt uit een notitie op verzoek van VWS die hij rondstuurt waarin hij uitgaat van een meer prominente rol voor het RIVM dan Koopmans heeft afgedwongen.

De RIVM-medewerkers reageren verbaasd op de notitie. Dit zou eerst nog langs het Erasmus en Amsterdam Medisch Centrum moeten gaan.

Van Dissel zat kennelijk op de lijn van een leidende rol voor het RIVM, maar dat zag Koopmans anders. Het positiespel begint. Op dezelfde dag stuurt Koopmans een eigen notitie naar VWS, met een inschatting voor de uitbreiding van de sequencingcapaciteit. Zij sluit haar e-mail af met de boodschap dat zij bereid is tot nader overleg en dat zij ‘graag van de partij is’.

De VWS-ambtenaar reageert verbaasd op de spontane notitie van Koopmans. Hij had verwacht dat haar inschatting onderdeel zou zijn van het plan van het RIVM. Zo wordt de ambtenaren op het gezondheidsministerie duidelijk hoe de verhoudingen momenteel liggen.

Later blijkt dat de notitie van het Erasmus op verzoek van Binnenlandse Zaken is opgesteld en dat het RIVM ook betrokken zal worden.

Na de elkaar kruisende notities gaat Marion Koopmans op expeditie naar China. Een RIVM-medewerker informeert haar vriendelijk over de op handen zijnde gesprekken over de inrichting van sequencing. Hij zal haar op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

Dit accepteert de virologe niet. Op bazige toon eist ze met hoofdletters dat de inrichting van de opgeschaalde sequencing vooraf met haar wordt besproken. Ze constateert dat het gezamenlijk optrekken slechts ‘een sausje is’, maar dat de realiteit weerbarstiger is.

De RIVM-medewerker reageert zakelijk op het bericht van Koopmans. Er volgt een afspraak en een gezamenlijk stuk.

Een collega doorziet het positiespel van Koopmans en omschrijft het als ‘schaakstappen’. Uit de e-mail kan worden opgemaakt dat Koopmans het op hoger niveau probeert af te kaarten met naar alle waarschijnlijkheid Jaap van Dissel.

Binnen het RIVM lijkt men verzadigd te zijn als het om het politieke spel gaat. Ze willen door op de ingeslagen weg van het project, en niet steeds ‘omvormen naar de grollen uit China’. Hiermee refereert men aan de eisen van Koopmans, die op dat moment in China verblijft.

Escalatie uit China

De koers van het RIVM om door te gaan op de ingeslagen weg, en de lead te nemen in het kiemsurveillance onderzoek, laat de gemoederen hoog oplopen. Vanuit China stuurt Koopmans een mail op hoge poten naar het RIVM. Op dwingende en denigrerende toon spreekt zij de RIVM-collega’s aan om eerst een visie te bepalen over de organisatie, voordat de ideeën worden voorgelegd aan de Landelijke Coördinatiestructuur Testcapaciteit (LCT). De manier waarop nu wordt samengewerkt, komt over als concurrentie, stelt Koopmans vast.

De e-mail wordt afgerond met een dreigement om de bijdrage die het RIVM aan een ander project levert waar zij kennelijk meer mandaat heeft, te ontbinden.

Koopmans zet het RIVM onder druk om haar een prominente positie te geven. Anders gooit zij het RIVM uit een ander lopend traject. Dit valt niet in goede aarde.

De doorgaans correcte RIVM-medewerkers kunnen hun frustratie moeilijk bedwingen, wat resulteert in een onthullende e-mail.

Marion Koopmans zou ten overstaan van anderen enkele RIVM-collega’s de huid hebben vol gescholden, gedreigd hebben met een advocaat en vervolgens een klacht hebben ingediend bij een internationale organisatie. Hiermee wordt verwezen naar de klacht bij GISAID over het nertsenonderzoek.

Deze e-mail duidt er ook op dat het RIVM bij het Deense nertsenonderzoek is gevraagd vanwege hun expertise. Het Erasmus was trekker in dit onderzoek, hetgeen Koopmans de macht geeft om de laatste RIVM-medewerkers eruit te zetten. Tot slot wordt in de mail gepleit om deze spanningen niet mee te nemen naar het overleg van het LCT.

Een andere reactie in de mailconversatie is van gelijke strekking. Binnen het RIVM is men zich bewust van het feit dat Koopmans de trekker in het kiemsurveillance-onderzoek wil zijn, de rol die voor het RIVM is weggelegd. Men distantieert zich van de door Koopmans opgestelde notitie en stelt voor deze notitie niet binnen het LCT te presenteren.

Ondertussen gaat het RIVM door met de organisatie van kiemsurveillance en schrijft alle laboratoria aan met de te volgen instructies. Ieder laboratorium wordt gevraagd om 40 tot 50 monsters per week in te sturen voor analyse.

De relatie is ernstig bekoeld. Naar alle waarschijnlijkheid voltrekt zich achter de schermen een lobby van Koopmans met andere betrokken partijen, met als doel om het RIVM verder onder druk te zetten. Naar de beweegredenen hiervoor kan slechts gegist worden omdat niet alle documenten openbaar zijn gemaakt. Het valt niet uit te sluiten dat Koopmans op het internationale podium graag een voortrekkersrol vervult in het kiemsurveillance-traject. Anders gesteld, het zou haar internationale aanzien mogelijk schaden wanneer blijkt dat zij geen prominente rol in dit project toebedeeld krijgt.

Drie dagen na de hoog oplopende mailwisselingen over de posities binnen kiemsurveillance, duiken de berichten van andere betrokken partijen op die de uitgangspunten van Koopmans niet unaniem ondersteunen.

In een mail van het Amsterdam UMC gericht aan de andere betrokkenen wordt gepleit voor een heldere visie omtrent het gebruikmaken van de bestaande sequencingcapaciteit. In de mail wordt ook het financiële aspect aangestipt.

Twee dagen later verschijnt een brief van de Nederlandse Werkgroep Klinische Virologie (NWKV) die gericht is aan het RIVM. In deze brief beklaagt men zich over de onduidelijke rolverdeling tussen het RIVM en het Erasmus MC, maar ziet men de centrale rol het liefst belegd bij het RIVM.

Besluit: RIVM in de lead

Op 2 februari 2021 wordt binnen de directieraad een besluit genomen. Het RIVM is in de lead voor kiemsurveillance en het opzetten van een nationaal sequencing netwerk.

Drie dagen later dient GroenLinks een motie in de Tweede Kamer in die het besluit van de directieraad enigszins ondersteunt. Dit roept vragen op waarom de fractie van GroenLinks op dit moment met een dergelijke specifiek geformuleerde motie komt.

Observaties naar aanleiding van dit WOB-onderzoek

  • Marion Koopmans heeft verschillende functies bekleed tijdens de coronacrisis;
  • Niet alle functies zijn met elkaar verenigbaar, zoals OMT-lid en opdrachtnemer van subsidieprojecten. In theorie kon ze haar eigen onderzoeken adviseren. Dit geldt ook voor Jaap van Dissel;
  • De vraag is of de mede-opsteller van de Corman-Drosten paper ook betrokken kan zijn bij kiemsurveillance;
  • Er heeft zich een machtsspel afgespeeld om de leiding van kiemsurveillance, waarbij onoorbare druk is uitgeoefend voor een machtspositie door het RIVM te bedreigen;

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief